In 1872 wordt er een "Wet op voorziening tegen besmettelijke ziekten" aangenomen.
Deze wet verplicht elke gemeente een ruimte hiervoor in te richten.
Aan de Walienseweg te Winterswijk verrijst een ziekenhuisje met zes bedden.

Wanneer de kerk er zich mee gaat bemoeien komt er een "Gasthuis van de diaconie der Nederlands hervormde gemeente".
Dit is een onderdeel van de armenzorg en is bedoeld voor oude en zieke mensen.

Rond de eeuwwisseling wordt de Nederlands Hervormde ziekenverpleging opgericht en deze starten in een apart gebouwtje dat in de tuin van het gasthuis staat.
Dit is op de hoek van de Gasthuisstraat en de Jonenstraat.
Hier in dit ziekenhuisje konden al eenvoudige operaties uitgevoerd worden.


Op deze foto is aangegeven waar
de verschillende kamers zich bevinden.
Klik hier voor een duidelijker plaatje.

Rond 1920 komt er behoefte aan een groter ziekenhuis.
Er wordt een rapport uitgebracht met onder andere de zinsnede dat," Winterswijk een geschikt centrum is voor het hele oostelijke deel van de Oost Achterhoek".

De katholieken ondernemen nu ook snel actie en willen een ziekenhuis aan het Weurden bouwen.
Hoewel er eerst nog samen overlegd wordt groeit het wantrouwen en er wordt besloten twee aparte ziekenhuizen te bouwen.
Aan katholieke zijde wordt geld in stilte gevonden doordat de RK kerk hier voor staat.

De Algemeene Vereeniging houdt akties onder de bevolking en heeft dan binnen drie weken een oprichtingskapitaal van 140.000 ter beschikking.
Na iets wat veel van een race weg heeft opent het Elisabeth ziekenhuis op 15 maart 1926 haar poorten, gevolgd door het Algemeen ziekenhuis op 10 juni.

In het Sint Elisabeth ziekenhuis gingen de zaken eerst helemaal niet goed, het grootste deel van de beschikbare bedden werd niet gebruikt.
Gedeeltelijk had dit een reden van religieuze aard, veruit het grootste deel van Winterswijk was protestant en wilde daarom niet in het katholieke ziekenhuis liggen.

Ook was de enige internist tevens de directeur van het algemene ziekenhuis, de chirurg was solidair met hem en de andere specialisten hielden ook voornamelijk in het algemene ziekenhuis spreekuur.
Op deze manier was er natuurlijk geen sluitende begroting te krijgen.

De bovenverdieping werd als pension ingericht voor ouderen en hulpbehoevenden, en er werd ook een kleuterschool en een naaischool in het gebouw ondergebracht.

In 1938 werd het hele ziekenhuis overgenomen door de zusters Franciscanessen van Heythuyzen, de "Zusters van het huiselijk geluk".
Er worden betere afspraken gemaakt met de internist en er komt betere apparatuur, maar het blijft moeilijk.
Zelf werden er bedeltochten te voet gemaakt naar (het katholieke) Meddo.

In de oorlog wordt het ziekenhuis wel volop gebruikt, voor evacues uit Scheveningen, slachtoffers van bombardementen, vluchtelingen van de Arbeits einsatz en vele anderen.
Wanneer in maart 1945 de RK kerk door bommen beschadigd wordt, worden de missen ook hier gehouden.
Eind maart wordt het hele ziekenhuis door de duitsers gevorderd en alle andere patienten moeten dan vertrekken.
Ongeveer 190 gewonde duitse soldaten worden binnengebracht, velen zwaargewond of stervend.
Deze, soms slechts 16 jarige soldaten, komen van het front bij Bocholt.

Dit was de grootste bezetting die het ziekenhuis ooit had.
Wanneer de engelsen komen vorderen ze het ziekenhuis ook nog voor hun gewonden, maar op 5 april wordt alles weer vrij gegeven.



In de vijftiger jaren verbetert de economie en wordt er regelmatig verbouwd en vergroot.
Ziektes als TBC zijn grotendeels terug gedrongen en deze aparte ruimtes worden nu voor andere doeleinden gebruikt.

  
Rontgenkamer en operatie kamer konden verbeterd worden.


Later komt er een verschuiving van klinische naar poliklinische behandeling, de opname duur wordt steeds korter en voor de nieuwe poli klinieken is weer veel ruimte nodig.
Vooral rond 1970 vinden er belangrijke verbouwingen plaats.

Het aantal patienten is nu ongeveer evenveel dan in het algemene ziekenhuis.
Dit zou zo blijven, tot aan de fusie in 1984.
Beide ziekenhuizen, en ook die van Lichtenvoorde en Groenlo, gingen verder onder de naam "Streekziekenhuis Koningin Beatrix".

Bron:Geschiedenis van de oost-achterhoekse ziekenhuizen.
Wim Scholz en Ben Verheij