In de middeleeuwen stelde de gezondheidszorg niet veel voor.
Het aderlaten was het meest beproefde middel, men dacht hierdoor het evenwicht in het lichaam weer te herstellen.
Dit moest dan wel op speciale tijden gebeuren, de stand van de sterren was erg belangrijk.
Er waren dan ook speciale aderlaatkalenders die geraadpleegd werden.

Door ervaring wist men wel sommige middeltjes en kruiden toe te passen om verlichting bij pijn te krijgen.
Vaak werd ziekte, net als andere dingen zoals hongersnood, gezien als straf van God.
De pest werd in de middeleeuwen ook wel "de gave Gods"genoemd.
De behandeling van zieken was dan eigenlijk meer gericht op verzorging en verpleging, dan op genezing.

Vrome mensen wilden vanuit hun geloof iets voor de naasten doen, niet alleen voor zieken maar ook voor armen.
Door goede werken te doen probeerde men het eeuwig zielenheil te verwerven.
Het armen- en ziekenwerk ging in die tijd hand in hand.