Hier ergens in de buurt, op de Hollenberg, heeft lang geleden een ziekenhuisje gestaan.

Marten van Rossum geeft voor een jaar of zoveel langer als het hem belieft aan Rolof Ketelboter en Gertgen zijn vrouw, het huisje aan de Hollenberg met de kamp en groenland daartoe gehorend, waartegen zij beloofd hebben alle zieken van het huis en vlek te Bredevoort, met wat voor krankheid ook beladen, op te nemen en te verzorgen als hun eigen kinderen, waartoe men hen alle nootdruft, kost enz. zal geven.
(Rijksarchief Arnhem judicieel protocol Bredevoort, 3 augustus 1544.)

Dit was eigenlijk een onverwacht gebaar van van Rossum, die verder de geschiedenis is ingegaan als houwdegen en plunderaar in dienst van de hertog van Gelre.
Hoelang het ziekenhuisje bestaan heeft is niet bekend.

Bron:Geschiedenis van de oost-achterhoekse ziekenhuizen.
Wim Scholz en Ben Verheij