Al voor 1552 wordt er in Aalten aan ziekenzorg gedaan, in dat jaar laat scholte Reintgen ten Ahof namelijk "ein gasthuesken" afbreken waar melaatsen "herberge und nachtroste" konden krijgen.
Er werd een aanklacht tegen hem ingediend en hij moest het weer opbouwen.

In 1647 is er sprake van een huisje voor melaatsen.
In juni 1871 overlijdt iemand aan pokken.
Kort daarna worden meer mensen ziek en men besluit om een ergens een loods neer te zetten voor de mensen met deze zeer besmettelijke ziekte.
Deze heeft waarschijnlijk in de buurt van het Tolhuis aan de Varsseveldsestraatweg gestaan.

In 1904 wordt de Nederlands Hervormde vereniging voor ziekenverpleging opgericht, en deze vereniging neemt het initiatief om het rusthuis aan de Hogestraat als ziekenhuis te gaan gebruiken.
Het werd niet bestemd voor mensen die aan besmettelijke ziektes leden, maar voor "zij die lijden aan snelverloopende acute ziekten".

In 1909 wordt het ziekenhuis geopend, maar erg druk wordt het niet.
Het eerste jaar 166 verpleegdagen, in 1910 22, in 1911 343, in 1912 59, en in 1916 slechts 35 verpleegdagen met 2 patienten.

In de dertiger jaren worden er weer plannen gemaakt, maar de crisisjaren maken de mensen voorzichtig.
Het blijft bij plannen maken.



Aan het eind van de oorlog, het heette toen al "Avondvrede", werd het pand als noodziekenhuis gebruikt.
Hetzelfde gold ook voor het pand van de firma "Westendorp" aan de Lichtenvoordsestraat.

Bron:Geschiedenis van de oost-achterhoekse ziekenhuizen.
Wim Scholz en Ben Verheij