De beken in Winterswijk zijn veelal diep ingesneden.
Dit heeft deels te maken met de geologische situatie.
In de ondergrond zijn vaak ondoorlatende klei- en leemlagen aanwezig en is het waterbergend vermogen van de deklagen klein.
Het water kan dan niet in de bodem dringen, maar moet in zijn geheel door de beken afgevoerd worden.

Door de grote hoogteverschillen in het oostelijk en westelijk gedeelte van Winterswijk gebeurt dit nogal snel.
Dit hoogteverschil bedraag 15 meter, over een afstand van ongeveer 15 kilometer.
De beken hebben dus een groot verhang, het insnijdend vermogen is dus groot.
Dit resulteert uiteindelijk in mooie diep uitgesleten beekjes.