Verjaard, nooit vergeten

Volgende week is er een uitvoering, daarvoor moet extra geoefend worden.
De wekelijkse les van gymnastiekvereniging Prinses Beatrix kan daarom wat langer duren.
Rinie vertrekt rond zes uur op haar fiets naar de sporthal in Gaanderen.
Moeder Wielheesen weet dat haar twaalfjarige dochter wat later dan half acht terug zal zijn.

Het is koud en het waait behoorlijk, deze februari-avond.
Als Rinie rond half acht afscheid neemt van haar vriendinnetjes van de gymclub heeft zij nog een flink stuk te fietsen door weer en wind.
Eenmaal de Kerkstraat uitgereden, slaat zij rechtsaf de Kloosterlaan in, het zandpad waaraan het boerderijtje van haar ouders op nummer zes staat.

Nog maar honderd meter is het meisje verwijderd van het veilige huis als het noodlot toeslaat.
Een man springt in het donker tevoorschijn uit de berm, grijpt de jonge fietsster vast en sleurt haar met fiets en al de struiken in.
Daar, in de idyllische buurtschap De Wrange, komt een einde aan het jonge leven van Rinie Wielheesen.
Het is 5 februari 1970.

De man die het meisje misbruikt en met haar eigen sjaal wurgt, is al lang opgeslokt door de duisternis als haar vader en moeder zich rond achten toch beginnen af te vragen waar Rinie blijft.
Ook haar oudere zus, die net is teruggekeerd van een bruiloft, maakt zich zorgen en besloten wordt de politie te bellen.
Samen met buurtgenoten gaat de familie zelf alvast op zoek in de omgeving.

Rond negen uur doet een buurman de gruwelijke ontdekking.
Het ontzielde lichaam van de twaalfjarige ligt naast haar fiets in de bosschages.
Vader en moeder Wielheesen zijn een eindje verderop aan het zoeken en komen naderbij.
Hun ongerustheid moet in enkele momenten omslaan in radeloos verdriet; hun dochtertje is op verschrikkelijke wijze uit het leven gerukt.

De vondst van de vermoorde Rinie Wielheesen slaat diepe bressen in de anders zo vredige Achterhoek.
De geschoktheid onder de bevolking is groot en velen leven mee met de smartelijk getroffen familie.
Temidden van die emotie trachten politie en justitie uit alle macht de dader van het brute misdrijf te grijpen en voor het gerecht te slepen.
Het zal uitdraaien op een deerlijk debacle, vooral veroorzaakt door een slepende competentiestrijd tussen de betrokken instanties.

Tot tweemaal toe wordt een verdachte gearresteerd, tot tweemaal toe blijkt er totaal geen sprake van schuld.
De gewelddadige dood van Rinie Wielheesen stevent regelrecht af op de status 'onopgeloste moordzaak'.
Eind jaren tachtig - de moordenaar loopt nog altijd onontdekt rond - passeert de zaak de verjaringsgrens.
Ook al wordt de dader nog gevonden - hetgeen niemand meer gelooft - dan nog kan hij niet meer voor de rechter gebracht worden.
Volgens de wet is moord na achttien jaar verjaard.

Hoe heeft zo'n aangrijpend crimineel drama zo'n dubbeltreurige afloop kunnen krijgen?
Tal van betrokkenen, meest politiemensen, laten er na beŽindiging van hun loopbaan bitter hun licht over schijnen.
Ordinaire naijver tussen gemeente- en rijkspolitie, carriŤrejagerij van officieren van justitie en moedwillig gefrustreerde opsporing.
Dat is de geur die opstijgt uit het archief van de moord op 5 februari 1970 in Gaanderen.

Oud-hoofdcommissaris Jan Blaauw duikt met zijn boek Verdacht van moord in de zaak Wielheesen en komt tot vernietigende conclusies.
Dat is in 1996.
De onderzoeksmethoden en povere resultaten hebben dan al lang op politiek niveau de aandacht getrokken.
Begin jaren zeventig worden er vragen in de Tweede Kamer gesteld over 'tekortkomingen in het onderzoek'.
Maar de staatssecretaris van Justitie antwoordt dat alle procedures correct doorlopen zijn.

De 'beestachtige moord', zoals een politieman het kort na het delict uitdrukt, leidt in de Achterhoek tot een noviteit: voor het eerst wordt een rechercheteam samengesteld met politiemensen van divers pluimage.
De grote reorganisatie tot regionale korpsen heeft nog niet plaatsgevonden en op het platteland opereren gemeente- en rijkspolitie naast elkaar.
Het schokkende misdrijf aan de Kloosterlaan brengt de plaatselijke speurneuzen uit de wijde omgeving bij elkaar en dat lijkt al vrij snel vruchten af te werpen.

Want een maand nadat Rinie is gevonden, presenteert het team een verdachte: de drieŽntwintigjarige Jan uit Doetinchem.
Die is eigenlijk voor een ander delict aangehouden, de aanranding van een vrouw in het naburige Drempt.
Zij wordt begin maart op een stil weggetje door een rood autootje klemgereden en vervolgens in de wagen aangerand.
De beschrijving van de auto brengt de politie bij de Doetinchemmer, die een rode Mini bezit.
Maar het slachtoffer heeft een signalement van de dader opgegeven dat volstrekt niet op Jan past.
Zij herkent hem evenmin van foto's die de politie haar voorlegt.
En bovendien blijkt de verdachte een prima alibi te hebben voor het tijdstip van de aanranding in Drempt.

Niettemin menen de rechercheurs een goede vangst te hebben gedaan en in de ellenlange verhoren voeren zij de druk flink op.
Om van het gezeur af te zijn, geeft Jan uiteindelijk toe dat hij de aanranding gepleegd heeft.
Van Drempt naar Gaanderen is maar twintig kilometer, redeneren de ondervragers en gedreven door scoringsdrift grijpen ze de bekentenis van de Doetinchemmer aan om vervolgens over de moord op Rinie Wielheesen te beginnen.
Die kan de jonge vrachtwagenchauffeur ook nog wel in de schoenen worden geschoven.

Jan ontkent, maar als hij wekenlang door de mangel is gehaald en de celmuren op hem afkomen, bezwijkt hij opnieuw voor de onmenselijke druk die de marathonondervragers op hem hebben gelegd.
'Als jullie zeggen dat ik het gedaan heb dan zal dat wel. Mag ik dan nu naar huis?'

Dat mag uiteindelijk, als Jan er al vijf maanden voorarrest op heeft zitten.
Want in augustus komt de justitiŽle dwaling pijnlijk aan het licht.
Bij toeval wordt iemand aangehouden die met verkeerde autopapieren rondrijdt.
Zijn vorige auto was een rode Mini.
Al gauw bekent deze man de aanrander te zijn.

Jan is gezuiverd van de Dremptse blaam en met de moord in Gaanderen heeft hij al helemaal niets te maken, moet nu worden erkend.
Hoe hij dan aan de details komt in zijn 'bekentenis'?
Die zijn hem voor het gemak ingefluisterd door de rechercheurs.
Schandelijke verhoortechnieken, oordeelt Jan Blaauw vijfentwintig jaar later in zijn boek.

Terug bij af, moet het onderzoeksteam op zoek naar een nieuwe verdachte in de Kloosterlaan-zaak.
Die komt er al gauw in de persoon van de zeventienjarige bouwvakker Bart uit Westendorp.
Veel is er kennelijk niet geleerd van de blamage met de eerste misvangst want de geschiedenis herhaalt zich langs precies dezelfde lijnen.

Feitelijke bewijzen zijn er niet maar de ondervragers bezitten een levendige fantasie die rond de verdachte tot werkelijkheid wordt gevormd.
Bart ontkent, bekent en ontkent in een martelend programma van vaak nachtelijke verhoren waaraan geen eind lijkt te komen.
Slot van het lied: ook deze verdachte heeft het gewoon niet gedaan en moet - na bijna een jaar - worden vrijgelaten.

De verhoudingen tussen politie en justitie in Arnhem zijn dan al tot een bedenkelijk dieptepunt gedaald.
Jaren later, als politiemensen successievelijk met pensioen gaan, druppelen daarover geluiden naar buiten waaruit geen al te florissant beeld ontstaat over de wijze waarop het moorddrama van 1970 door de instanties is aangepakt.

Zo zegt oud-korpschef G. Oosterhof van de toenmalige Doetinchemse gemeentepolitie in een krantenartikel van 1980: "Vrouwe Justitie was in die tijd niet gewoon blind.
Stekeblind waren ze. ( )
Over en weer kwam het tot spanningen.
Het werd een zaak van leven of dood.
Keihard heb ik eens gezegd dat ze fout zaten en daar waren ze wild over.
Ze konden mijn bloed wel drinken.
Ik mocht ook niet meer verder met het onderzoek."

Door al het onderlinge getouwtrek en gehannes met verkeerde verdachten belandt de zaak Wielheesen na de vrijlating van Bart op dood spoor.
Serieus zicht op de werkelijke dader ontstaat er nooit meer en dat heeft weer tot gevolg dat de meest wilde geruchten in de streek de ronde blijven doen.

Aan een ervan besteedt de moegestreden politie nog enige aandacht: de vader van Rinie zou het zelf hebben gedaan.
Voordat het tot een serieuze verdenking kan komen, moeten de rechercheurs erkennen dat er werkelijk geen enkele grond bestaat voor beschuldiging in de richting van vader Wielheesen.
Het gezin krijgt met de ongefundeerde exercitie andermaal een zware slag te verwerken.

Hardnekkiger, tot op de dag van vandaag, is de connectie die Achterhoekers veronderstellen met de onverkwikkelijke praktijken van een der paters van het klooster St.Willibrordus op landgoed De Slangenburg.
De abdij ligt enkele honderden meters van de plaats waar het vermoorde meisje wordt gevonden.
In 1996 komt aan het licht dat de beminnelijke 'sokkenpater', die de kapotte sokken van de kloosterlingen her en der naar nijvere huismoeders brengt, zich veertig jaar terug herhaaldelijk heeft vergrepen aan een jong meisje, kind nog.

Nadat de affaire aan het licht komt, blijkt al gauw dat zeker tien andere - inmiddels middelbare - vrouwen slachtoffer zijn van de grijpgrage pater.
De kwestie leidt niet tot strafvervolging, maar wordt intern in het bisdom afgehandeld.
Toch blijft, tot ieders verbijstering, de sokkenpater in Gaanderen gewoon pastoraal werk doen.
Of de politie ooit de betrokkenheid van de Slangenburg-pater bij de moord op Rinie Wielheesen onderzoekt, is niet duidelijk.
Tot enige formele verdenking komt het in elk geval nooit.

Vader, moeder en zus Wielheesen hebben het onopgeloste drama al die decennia met zich moeten meedragen.
Het gezin verhuist enkele jaren na de dood van Rinie naar Zelhem, waar de oudere zus later het boerenbedrijf voortzet.
Het strafrechterlijk verjaren in de jaren tachtig van de moord op hun dochter is opnieuw een afschuwelijke fase in de voortdurende martelgang.
De moordenaar van Rinie zal nooit gegrepen, laat staan berecht worden.

Hoezeer ook gepensioneerde rechercheurs ronduit roepen dat zij weten wie het gedaan heeft.
Het is de man op de fiets met de rammelende dynamo.
Verschillende getuigen beschrijven hem, maar opgepakt wordt hij nooit.
Dat mocht niet van justitie, zeggen de oud-politiemannen, we moesten achter Jan aan en later Bart.

Bron: De Gelderlander/Door FLIP VERSTEEGH