In 1852 werd op het terrein van scholte Willink in de buurtschap Ratum een begin gemaakt met het winnen van kalksteen.
Er werden twee putten gegraven met een afmeting van ongeveer 10 bij 15 meter en een maximale diepte van 4 meter.
Later kregen deze kuilen de naam "staringputten".

Er werd steenslag gewonnen die gebruikt werd als onderlaag voor de grindweg naar Oeding, nu Kottenseweg.
Dit werd geen succes omdat, zoals Staring in 1860 schreef, niet alleen kalksteen, maar ook leemsteen werd aangevoerd.
Deze leemsteen viel al in de eerste winter uiteen.

Ondanks de dichte vegetatie zijn deze staringputten van de weg nog steeds te zien, schuin tegenover boerderij "de Kemper", aan de Steengroeveweg, op de hoek met het zandpad.
Ze staan meestal vol met water.

Als je mijn route gevolgd hebt moet je dus eerst een klein eindje de Steengroeveweg vervolgen en dan weer terug om de Wesselerweg in te gaan.