postkantoor Op zaterdag 21 maart 1945 wordt Winterswijk bevrijd, vanuit het Woold komen de bevrijders binnen en de Duitsers nemen na felle tegenstand de vlucht.
Op dezelfde dag nog wordt er begonnen met het arresteren van NSB-ers.
Er werden er meteen ongeveer 100 gevangen genomen die opgesloten werden in de openbare leeszaal bij het postkantoor.

Dit werd spoedig te klein voor dit doel en men besloot deze mensen naar het voormalige N.A.D.(Nederlandse Arbeidsdienst) kamp aan de Kloetenseweg te brengen.
Dit kamp was door de Duitsers gebruikt om jongeren in de nationaal-socialistische geest op te voeden.
Zonder deze opleiding, die een half jaar duurde kon men geen student worden of een openbare betrekking krijgen.
Het kamp verkeerde nu in een slechte staat van onderhoud en er lag veel rotzooi.

Half april werd met het schoonmaken begonnen, dit gebeurde door de gedetineerden zelf.
In de eerste tijd was er nog geen omheining om het kamp, geen van de NSB-ers is er echter gevlucht.
Eind mei was het aantal gedetineerden gestegen tot meer dan 500 en dit bleef ongeveer konstant.

barakken Er was een ziekenbarak op het terrein en bij ernstige ziektes werden de mensen in het ziekenhuis behandeld.
De voeding werd verzorgd door de centrale keuken in Winterswijk.
Ook aan de geestelijke verzorging werd gedacht, niet alleen met kerkdiensten, maar er waren ook boeken beschikbaar voor de mensen.
Zo probeerde men de NSB-ers weer op andere gedachten te krijgen.

Ook waren er in het kamp werkplaatsjes zoals een schoenmakerij en een fietsenmaker.
Buiten het kamp werden ze ook ingezet bij de oogst of bij het herstel aan de spoorwegen.

In juli werd de leiding van het kamp, dat tot nu toe bij de Binnenlandse Strijdkrachten lag, overgenomen door het Militair Gezag.
Er werden weer nieuwe regels opgesteld die niet bij iedereen meteen in goede aarde vielen.
De kampcommandant van den Berg schrijft:

Ik heb in het begin een moeilijke tijd gehad.
In Winterswijk waren zeer veel NSB-ers, waarvan de bevolking gedurende de bezetting veel narigheid heeft ondervonden, zoo ook de illegale werkers.
De vijandige houding van velen t.o.v. de "Vosseveld"-bewoners was derhalve begrijpelijk.
Het is mij echter mogen gelukken excessen te voorkomen.
Buiten het kamp werd wel eens een duw gegeven, doch dit behoort reeds weder lang tot het verleden.

Hoewel er natuurlijk wrijvingen onstonden lijkt het erop dat er weinig echt vervelende dingen gebeurden.
De meeste mensen in het kamp deden dan ook zonder al te veel tegenstand het werk dat hun opgedragen werd.


Het bezoek van Mussert aan Winterswijk.

Bron:Winterswijk in de tweede wereldoorlog.
Vereniging Het Museum 1985.