Bij een kerncentrale hebben we te maken met bedrijfsafval (filters,
besmette kleding e.d.) en met de gebruikte uraniumbrandstof.
Het bedrijfsafval
behoort tot de categorieën licht- en middel-actief afval.
De gebruikte
brandstofelementen van de kerncentrale gaan, nadat ze voldoende zijn afgekoeld,
naar een opwerkingsfabriek in het buitenland.
Voor de inmiddels gesloten
kerncentrale Dodewaard ging het om de fabriek Thorp in Sellafield in Engeland.
De brandstof van Borssele gaat naar La Hague in Frankrijk.
In een opwerkingsfabriek
worden de gebruikte brandstofelementen eerst in kleine schijfjes gezaagd
en daarna opgelost in chemische stoffen.
Het doel van de opwerking is om
het in de kerncentrale gevormde plutonium en het, tijdens het in bedrijf
zijn van de kerncentrale niet gebruikte, uranium, af te scheiden.
Daarbij
blijft een grote hoeveelheid afval achter.
Een deel daarvan is het hoogradioactieve,
warmte afgevende en giftige kernsplijtingsafval.
Alle stoffen die vrijkomen
bij de opwerking blijven eigendom van de kerncentrales en komen naar Nederland
terug vanaf 2003, waaronder ook 4320 kilo plutonium.
Tijdens het in bedrijf
zijn wordt de kerncentrale zelf radioactief.
Na het verstrijken van de
levensduur is de kerncentrale zelf radioactief afval geworden en moet daarom
afgebroken (ontmanteld) worden.
Ook dat geeft afval.
Naast het afval van
kerncentrales hebben we te maken met radioactief afval van laboratoria,
onderzoeksinstellingen, industrie en ziekenhuizen.
Stichting LAKA
