Hoewel de aansluiting voor de textielindustrie in Winterswijk waarschijnlijk best voordeel zou hebben, liep men er niet echt warm voor.
In raadsverslagen uit die tijd blijkt er weinig van, maar er was wel een intekenlijst voor een bijdrage aan de kosten van het plan van Hasselt en de Koning.
De enige fabriek die iets bijdroeg was de Batavier.
De burgemeester verlaagde zijn eerste toezegging zelfs omdat hij meer duidelijkheid wilde over het plan.
De intekenlijst werd nooit voltooid.

Het Gelders-Zutphens kanaalcomité bekijkt dan ook nog, of de tak naar Winterswijk ook gebruikt kan worden voor de te verwachten mijnexploitaties in Winterswijk en Groenlo.
Daarvoor zal er dan wel meer steun uit deze omgeving voor het plan moeten worden gegeven.
De steun aan dit plan wordt verhoogd tot fl. 200,00, mede omdat andere gemeentes ook ruim toezegden.

In Twente ging men door met de plannen, maar in Winterswijk bleef alles op een laag pitje doorgaan, in een plan van de Staats commissie komt Winterswijk zelfs helemaal niet voor!
Men merkt op dat er nauwelijks onderzoek gedaan is voor het Achterhoekse gedeelte van het kanaal.

Waar intussen wel was over gesproken, was de plaats waar de haven aangelegd moest worden.
In de raad werd er over gepraat hoe groot de afstand van het centrum naar de haven mocht zijn.
Een van deze havens wilde men aan de Waliënsestraat aanleggen, bij de toenmalige molen.
Dhr. Maas liet daar een café neerzetten met de optimistische naam "Havenzicht".

In december 1926 wordt dit pand nog door brand getroffen, maar het bleef bestaan, ook nadat duidelijk werd dat het kanaal er niet zou komen.
Later zou het nog café Willemsen heten.
Een andere plek was aan de Haitsma Mulierweg, dichtbij de marechausseekazarne.
Indien de zuidelijke route van het kanaal werd gekozen, was men van plan de haven aan de Wooldseweg te maken.

Een van de weinige pariculieren die zich inspande voor de aanleg, was C.P. ten Houten, hij vindt dat de Staatscommissie zich teveel op Twente heeft toegelegd en daarbij Winterswijk vergeten heeft.
Men krijgt zo de indruk dat de Achterhoekse industrie in het niet valt bij de Twentse.
Juli 1917, -vier jaar was men er al mee bezig-, werd een brief naar de minister gestuurd, waarin men op het belang van het kanaal voor Winterswijk wijst.

Een jaar later is men niets verder, en dan wordt er een comité van uitvoering ingesteld.
Er komen nieuwe plannen, men spreekt met de minister van Waterstaat en de Gedeputeerde Staten.
Door de gemeentes en fabrikanten wordt fl. 568.000 beschikbaar gesteld voor de verwezelijking, maar de Gedeputeerde Staten vinden dit te laag.
Winterswijk als meest belanghebbende verhoogt zijn bijdrage tot fl.250.000 om ook de anderen dit voorbeeld te laten volgen, maar veel animo is er verder niet voor.

In februari 1919 komt er een plan voor een oostelijker tracé, waarbij Winterswijk via Aalten op het ringkanaal aangesloten zal worden.
In november van dat jaar wordt echter de wet van de Twente kanalen aangenomen waarin de tak door de Achterhoek helemaal niet voorkomt.

Nog één keer, in 1920, wordt een poging gedaan.
Winterswijk verhoogt zijn bijdrage tot fl.370.000, maar de andere gemeentes weigeren.
Dit was de laatste poging, het kanaalcomité had zijn werk gedaan en werd in 1941 ontbonden.
Winterswijk zou nooit aan een kanaal komen te liggen.

Bronnen:Nieuwe Winterwijkse courant
De Twentekanalen, succes van een mislukking-Heitling en Lensen
Streekarchief