Net zoals tussen Rekken en Haaksbergen waren er hier ook vaak ruzies om het veen.
Komplete schaapskuddes werden soms in beslag genomen en de boetes die uigedeeld werden waren niet mis!

In 1744 vindt er een ander soort grensincident plaats in Kotten.
In het huis van Jan en Janna Mensinck in Kotten zijn twee inwoners van Munsterland aanwezig, namelijk Gerrit Voets en Berent Hendrik Brouwers.
Eind december komen er enige soldaten van het garnizoen te Borken de grens over en willen de beide mannen meenemen.

De soldaten die bewapend zijn met snaphanen, bajonetten en degens gaan voortvarend te werk.
De knecht van de boer die buiten water voor de paarden wilde halen, werd door de soldaten voor een gezochte aangezien en fors aangepakt.
Mensinck, die op de herrie afkwam, wist zijn knecht te bevrijden en hem in het huis te slepen.
Daarbij kreeg hij nog wel een stoot op de borst met een snaphaan.
Meteen deed hij de deur dicht, maar de soldaten beukten op de deur en wisten in het huis te komen.
Ze vertelden de boer dat ze orders hadden om de beide mannen te arresteren, en ook dat de boer een boete van 300 gulden zou krijgen omdat hij deze mannen in zijn huis liet.
Dat ze hun werk op Winterswijks gebied uitvoerden deerde hun blijkbaar niet.

Voet en Brouwers werden met veel geweld uit het huis gehaald en meegenomen naar Duitsland.
Waarom de beide mannen gezocht werden is niet duidelijk, het kan zijn dat ze de grens over gingen om hun dienstplicht te ontlopen.
Een halve eeuw later, in de tijd van Napoleon zou dit ook nog vaak voorkomen.

Bron: Bron:Uit de historie van Winterswijk 1968.