ZWILLBROCK - Een jaarlijks ritueel herhaalde zich zaterdag in het uitgestrekte veengebied bij Zwillbrock. Zes jonge flamingo's konden in hun kegelvormige moddernesten worden opgespoord, gevangen en geringd.
De aanwezigheid van een kolonie heuse flamingo's in het Zwillbrocker Venn, net over de grens bij Groenlo en Meddo, houdt de gemoederen van natuurkenners al zo'n twee decennia bezig. Waar de dieren ooit vandaan kwamen is niet bekend. Des te benieuwder zijn de vogelkundigen waar de dieren blijven zodra ze kunnen vliegen. De beste manier om daar achter te komen is het ringen van de jonge exemplaren.
Dat is gauwer gezegd dan gedaan, zo bleek zaterdag. Na het signaleren van de jongen begon het spel pas. Toen de groep vogelvrienden van het Biologische Station in Zwillbrock de grauwe verenballen had ontdekt, ging het in hoge waadbroeken door water en slijk om bij de nesten te kunnen komen. Vervolgens moesten al, voortzwoegend door het zompige land, de jonge dieren worden gevangen en voorzien van hun ringen. Een groep vrijwilligers onder leiding van de ornitholoog dr. Dietmar Ikemeyer klaarde op bijna onbereikbare plaatsen de moeizame klus.
Medewerkster Regina Kern van het Biologische Station: "Die jonge dieren zijn nu zo'n vier tot vijf weken, maar als je langer wacht kun je ze onmogelijk nog te pakken krijgen. Door ze te voorzien van opvallende ringen, hopen de ornithologen de levensloop te kunnen nagaan. Zodra de dieren kunnen vliegen verlaten ze namelijk de kolonie. Maar als ze geslachtsrijp zijn, dan komen ze ook weer terug om zelf te gaan nestelen." De ringen zijn van zodanige afmetingen, dat ze straks met een verrekijker kunnen worden afgelezen. Immers, de volwassen dieren zijn slechts op enige afstand te benaderen. Tekst en nummer op de ring vormen niet de enige informatie; die schuilt ook in de kleuren van de ring en of die om de linker- of rechterpoot zit. Regina: "Nu maar weer wachten op terugmeldingen vanuit andere vogelstations."
Is het veengebied bij het fraaie dorp met grenscafé en barokkerkje op zichzelf al een attractie, de aanwezigheid van de prachtige flamingovogels maakt het helemaal een unicum.
De imposante rose dieren streken hier een jaar of twintig geleden spontaan neer en bevestigden daarmee de grote natuurwaarde van het behouden natte rustgebied.
Het allermerkwaardigste echter was, dat het hier niet ging om flamingo's van Spaanse of Zuid-Franse origine, maar dat het Caribische en Chileense variëteiten betrof. Vermoed werd dat enkele tientallen dieren, onsnapt uit diverse dierentuinen en particuliere vogelparken, elkaar hadden gevonden om samen een kolonie te vormen.
Inmiddels zijn er in de diverse jaren zo'n tachtig jonge dieren geringd. Gezien het tijdvak een betrekkelijk klein aantal, maar dat komt doordat flamingo's per nest maar één ei leggen en lang niet alle broedsels het halen. Het broeden duurt ongeveer een maand, waarna de jongen in het nest worden gevoed met een zeer voedzame gele voedingsstof uit de krop van de moeder, net als bij duiven 'melk' genaamd.
Intussen is nu het seizoen wel voorbij om de schuwe dieren vanuit een observatiehut in open water te bekijken; de beste tijd voor belangstellenden is van maart tot juli. In het najaar trekken de Zwillbrockse flamingo's naar de Zuid-Hollandse en Zeeuwse Eilanden, waar ze nog genoeg voedsel kunnen vinden in de zee die, in tegenstelling tot het veengebied, nooit dichtvriest.
De flamingo's filteren met hun grote snavel, waarin een soort lamellen zitten, kleine mossels en kreeftjes uit het water. Doordat de kleurstof uit de rode kreeftjes (cartinoide) hen naar de veren trekt, krijgen de (van huis uit witte) dieren hun rose kleur. Eind maart hebben de flamingo's in Zwillbrock hun balts.
Het Zwillbrocker Venn is een restant van een enorm veengebied op de grens van Achterhoek en Munsterland, ontstaan op een ondoordringbare leemlaag die hier ter plaatse zo'n 3.50 diep zit. Eerst komt een dikke laag zand, dan de turf.
Opmerkelijk is dat midden in de dikke zware turfbank, op ruim een meter diepte, over de hele oppervlakte een dun zwart houtskoollaagje zit. Het restant van een gigantische veenbrand die hier ooit, vele duizenden jaren geleden, moet hebben gewoed.
Bovenstaand verhaal is een kompleet artikel uit De Gelderlander.