Toen de wolk nader kwam, zag men in het onderste gedeelte de draaiing zeer, zeer duidelijk van links naar rechts.
Vlak bij zijnde zag men nog duidelijk de daarin aanwezige wolkjes den cirkelgang maken.
Op de wolk zag men donkere voorwerpen rondslingeren.
Ze maakten op afstand den indruk van groote zwarte vogels.

Links van ons, dus ten zuiden van den weg Eibergen-Haarlo, lag een boerderij, die naar afloop der bui voor een groot deel van pannen beroofd was.
Hoe ze verdwenen heb ik niet gezien.
M'n aandacht was gespannen bij de wolk, of we erbuiten bleven of niet.
Op een 50 meter afstands is ze ons gepasseerd.

Ik zat vooraan, dus zag op den weg: daar ging een blauw-grijze wolk over den weg, waartegen de groote golven van geel hooi uit een verwaaiden hooiberg scherp afstaken."Doe toch dat luik dicht", riep men voor in de auto.
Het veiligheidsluik was boven van de auto gelicht, de scharnieren waren afgebroken.
Het lag in de weide, noordelijk van den weg.

Nu was de bui, die vrijwel loodrecht den weg gesneden had, ten noorden van ons.
"Kijk die bomen", riep men.
Het was alsof reuzenhanden de takken van de boomen trokken.
De witte wonden teekenden zich scherp tegen de donkere lucht af.

De ruiten der auto naar het zuiden waren bedekt met kleine stukjes afgescheurde bladen. Er was tijdens het overtrekken noch regen, noch hagel, noch onweer.