In het begin van de negentiende eeuw veranderde er veel in het Achterhoekse landschap.
Een wet werd aangenomen die bepaalde dat markegronden konden worden verdeeld.
Grote delen van de woeste gronden werden door de boeren in cultuur gebracht.

Er werden beken gegraven die het water snel moesten wegvoeren, en de heide en veenvelden die altijd als een spons gewerkt hadden verdwenen grotendeels.
Het water werd nu veel te snel naar de beken afgevoerd, en dit resulteerde in overstromingen.

Hier moest natuurlijk een einde aankomen.
Na veel tegenwerking werd in 1882 het Waterschap van de Berkel opgericht.
Het Waterschap zou ervoor moeten zorgen dat de Berkel binnen zijn oevers zou blijven.

Toen in het begin van de vorige eeuw de kunstmest in zwang kwam, werd er in een nog hoger tempo gecultiveerd.
Het werd hoog tijd om de Berkel aan te passen.