LIEVELDE - AVOG's Crash Museum heeft er een nieuwe attractie bij. Het museum heeft de collectie uitgebreid met een motor van Engels jachtvliegtuig. Het heeft 24 jaar geduurd voordat het motorblok van het vliegtuig, dat in Winterswijk neerstortte, weer terug is in de Achterhoek.
Het oorlogsrelikwie is in augustus 2003 voor het eerst tentoongesteld maar voordat dat mogelijk was, moest de motor die in 1979 werd opgegraven, nog wel helemaal worden schoongemaakt. "Ik heb er een dikke kruiwagen vol zand uitgehaald", zegt AVOG voorzitter Jan Geerdinck.
Steunend op een metalen onderstel stond de imposante Napier Sabre 24 cilinder H-motor van de Typhoon MN 206 opgesteld in AVOG's Crash Museum in Lievelde. Het motorblok werd op 17 juli vanuit Enschede naar het Lieveldse museum aan de Europaweg gebracht. Het bestuur van de Achterhoekse vliegtuigwrak opgravers groep (AVOG) heeft jarenlang strijd gevoerd om de motor in haar bezit te krijgen. De inspanningen van minister van defensie Henk Kamp hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat de schuivenmotor weer terug is in de Achterhoek.
Het is een bijzondere motor volgens Jan Geerdinck. "Aan elke zijde heeft het blok twaalf cilinders. Het is een zogenaamde H-motor en het heeft geen nokkenassen." De motor heeft een flinke klap gehad, als gevolg van de crash. De twaalf uitlaten van het blok zijn door de onzachte aanraking met de grond grotendeels verwrongen.
De motor komt uit een Typhoon die werd bestuurd door de 20-jarige sergeantvlieger Peter Green van de Royal Air Force. Het toestel stortte op 25 december 1944, eerste kerstdag, neer in Winterswijk. Het Britse jachtvliegtuig crashte op de plaats waar nu het Streekziekenhuis is gevestigd. Green was afkomstig uit Kapiri Mposhi in Noord-Rhodesië, het huidige Zimbabwe en maakte deel uit van het 266ste squadron. "Hij kwam terug vanuit een missie in Duitsland toen hij werd neergeschoten", vertelt Geerdinck. Piloot Edie zag dat zijn collega werd geraakt. "Ik weet nog dat hij zei dat Green als een vuurbal, hevig brandend, naar beneden ging", aldus de AVOG-voorzitter.
"Het toestel is vermoedelijk in de buurt van Vreden geraakt door een groep Duitse jachtvliegers en heeft nog acht kilometer gevlogen voordat het neerstortte", zegt secretaris Peter Monasso. "De Typhoon maakte een gierend geraas en iedereen was bang dat het vliegtuig op zijn huis zou terechtkomen. De piloot is waarschijnlijk tijdens de beschieting geraakt en heeft bewusteloos of dood achter zijn stuurknuppel gezeten. Green was met zes tot acht andere toestellen, die zijn allemaal veilig teruggekeerd naar de basis."
Het vliegtuigwrak van de Typhoon werd in 1979 opgegraven. "Aanvankelijk wilden we zelf het toestel opgraven", herinnert Monasso zich. "We hadden daar al een vergunning voor van de gemeente Winterswijk, maar we zijn toen overruled door de Luchtmacht Bergingsdienst. Ze wilden het zelf doen, dus visten wij achter het net."
AVOG's Crash Museum werd gisteren goed bezocht. Aan het begin van de middag stond de teller op 37 bezoekers. Eén van hen was Klas Andersson uit het Zweedse Götene. "Ik ben geďnteresseerd in oude vliegtuigen", verklaart hij zijn komst naar het Lieveldse museum. Andersson duikt in Zweden oude vliegtuigwrakken op, zo vond hij ondermeer een Lancaster in een binnenmeer. De interesse voor neergestorte vliegtuigen blijft niet onopgemerkt, want al snel wisselen de AVOG-leden adressen en telefoonnummers uit met de Zweedse duiker die op vakantie is in de Achterhoek.
Het Crash Museum is zeer tevreden dat het na alle moeite, de motor nu toch in haar bezit heeft. Monasso: "We wilden het graag in de collectie opnemen, want om er nu een tiende Fokker 100 motor bij te zetten Dat is minder bijzonder dan de motor van een Typhoon."
De Typhoon werd aan het eind van de Tweede Wereldoorlog ingezet. "Het vliegtuig heeft een sterke motor, het was een robuust model dat veel lading kon meenemen. Het was een vrij lomp toestel ook, maar krachtig. Ze noemen de Typhoon ook wel 'Tankbuster', het vliegtuig was geschikt voor grondgevechten."
Het toestel was uitgerust met vier Hispano 20mm kanonnen, twee aan elke vleugel. Verder was het bewapend met acht raketten. "Die konden elektrisch worden afgevuurd via een knop in de cockpit." Deze bewapening is ook in het museum te zien.
Na de jarenlange strijd om de motor van de gecrashte Typhoon in het bezit te krijgen, volgde er een nieuwe uitdaging: het reinigen van het blok.
De hoge drukspuit moest er uiteindelijk aan te pas komen om de 1100 kilo wegende motor van het zand te ontdoen. Na de opgraving in 1979 is het blok nooit schoongemaakt, het werd opgeslagen in een depot in het Militair Luchtvaartmuseum in Soesterberg. Monasso: "Ze graven het op, kloppen er een keer tegenaan en zetten het neer. Dat is jammer, want als ze het blok schoon hadden gemaakt, was het beter bewaard gebleven."
Bron:De Gelderlander.
